Dev-eloped and Depleted
vraagt het aan Chantalle
Lieve Chantalle,
Ik ben developer in een agency.
Full-stack, zeggen ze. Al denk ik dat ze eigenlijk bedoelen: full-stress.
Mijn dagen zijn een prachtige afwisseling van:
“Kun dat even snel?”
“Waarom duurt dat zo lang?”
“Het werkte toch gisteren nog?”
en een Slack-kanaal dat constant pingt met woorden als urgent, klein dingetje en bugje (die dan uiteraard nooit klein zijn).
Elke keer als ik iets oplos, verschijnt er ergens anders spontaan een nieuwe bug.
Alsof ik in een digitale whack-a-mole zit waar de molletjes worden aangestuurd door marketing.
De account zegt: “Je moet gewoon wat duidelijker communiceren.”
De designer zegt: “Het moet pixel-perfect.”
De klant zegt: “Kan de site wat sneller? Op m’n iPad uit 2013 hapert het.”
En ik?
Ik probeer met een rechte rug te zeggen dat dingen tijd kosten, terwijl iedereen me aankijkt alsof ik een lift heb uitgevonden die trager gaat naarmate je er vaker op duwt.
Ik hou van bouwen. Ik hou van elegantie.
Maar ik voel me tegenwoordig meer een digitale loodgieter die lekken dicht.
Hoe bewaak ik mijn sanity, Chantalle?
Hoe zorg ik dat ik niet de helpdesk word van mensen die ctrl+F5 nog steeds “iets ingewikkeld” vinden?
Groetjes,
Dev-eloped and Depleted
Lieve D.a.D.,
Laat ik beginnen met het meest herkenbare feit ter wereld:
Iedereen wil innovatie…
tot jij iets voorstelt dat langer duurt dan drie uur of meer kost dan een bolletje spaghetti bij de Italiaan.
Jij zit op de breuklijn tussen logica en verlangens.
Tussen code en “kan dat niet gewoon?”
Tussen technologie en het oeroude agencygevoel dat deadlines rekbaar zijn, maar developers niet.
Wat jij voelt is geen vermoeidheid.
Het is systeemslijtage.
Een bijwerking van te lang leven in een wereld waar iedereen technologie gebruikt, maar bijna niemand begrijpt.
Dus hier, drie waarheden uit mijn digitale medicijnkast:
Eén: jij bent geen tovenaar.
Ze doen alsof.
Ze kijken naar jou zoals kinderen naar een goochelaar: vol verwachting, nul begrip van wat je doet.
Je mag gerust zeggen: “Magie kost tijd, testen en iets meer info dan het werkt niet meer.”
Twee: bugfixing is geen strafwerk.
En toch behandelen mensen het alsof jij persoonlijk een fout hebt begaan door te bestaan.
Zeg bij feedback gerust:
“Een bug oplossen zonder context is zoals een moord oplossen zonder slachtoffer.”
Ze lachen, maar ze begrijpen het.
Drie: documenteer voor jezelf.
Niet omdat iemand het leest.
Maar zodat jij bij de volgende brand niet hoeft te zeggen:
“Euh, wie heeft hier iets aangepast op de live-omgeving om 22u13?”
Hint: het was iemand uit marketing. Het is altijd iemand uit marketing.
En nu de belangrijkste tip:
Leer het heilige woord “nee”.
Niet het boze nee.
Niet het passief-agressieve nee.
Maar het professionele nee:
“Dit kan. Maar niet binnen dit tijdsframe. En niet zonder dat X wegvalt.”
Dat is de ontwikkelaarsversie van zelfzorg.
Yoga, maar dan met Jira-tickets.
Weet ook: jij bent de enige in de keten die werkt met de realiteit.
De rest werkt met PowerPoint.
Zonder jou zijn websites decorstukken.
Apps mockups.
Platforms wireframes met groot optimisme en nul logica.
Dus, lieve developer,
Hou je rug recht.
Hou je hoofd koel.
En stop met elke brand te blussen.
Sommige brandjes moet je gewoon laten uitwaaien zodat men eindelijk begrijpt waarom jij een planning vraagt.
Liefs en semicolons,
Chantalle
Heeft nog nooit “kan dat even snel?” gehoord zonder spontaan een kleine interne reboot te krijgen.



