Er is een discussie die elk digitaal bureau in dit land minstens één keer per jaar voert. Meestal in september. Meestal net nadat je een offerte verloren hebt omdat de klant “toch liever met een bureau werkt dat alles in huis heeft”. Of net nadat je eigen team drie weken lang de plafondplaten heeft geteld en jij vier keer naar dezelfde Slack-kanaal hebt gekeken in de hoop dat er alsnog een briefing binnenvalt.
De vraag klinkt simpel: nemen we ontwikkelaars in dienst, of niet?
Ze is niet simpel. Ze is ook niet technisch. Het is een balansvraag vermomd als een personeelsvraag. Je zet stuurbaarheid, kwaliteit en verkoopbaarheid aan de ene kant van de weegschaal, en een vaste kost van pakweg 86.500 euro per persoon per jaar aan de andere kant. Die vaste kost blijft ook doorlopen in augustus, wanneer de helft van je klanten in de Ardennen zit en de andere helft nog moet beslissen over het budget van volgend jaar.
Dus laten we het rekenen in plaats van erover te voelen.
1. Wat een ontwikkelaar in België echt kost
Het brutoloon is niet de kost. Dat weet je. Maar de meeste bureaus rekenen nog altijd met een getal dat te laag is, en dat is waar de schade begint.
Neem een medior developer aan 4.500 euro bruto per maand. Dat is geen extreme aanname: Indeed komt uit op een Belgisch gemiddelde van 4.154 euro bruto per maand voor een software developer, en de meeste bureaus zitten voor een ervaren profiel iets daarboven. Op jaarbasis reken je niet met twaalf maanden maar met 13,92: twaalf maanden, plus een eindejaarspremie, plus het dubbel vakantiegeld dat ongeveer 92 procent van een maandloon bedraagt.
Daarbovenop komen de patronale bijdragen. De vuistregel bij de sociale secretariaten is bruto maal 1,25 tot 1,35 voor een bediende in de profitsector. Ik reken hieronder conservatief met 1,27.
Dat cijfer van 8,91 euro is nieuw sinds 1 januari 2026. De maximale werkgeversbijdrage in een maaltijdcheque steeg van 6,91 naar 8,91 euro, met een nominale maximumwaarde van 10 euro per cheque. Fiscaal aftrekbaar is 4 euro per cheque in plaats van 2, maar enkel als je het maximum toekent. Wie halverwege stopt, betaalt meer en trekt evenveel af als vroeger. Zo werkt dat in dit land: er is altijd een drempel, en die staat altijd net iets hoger dan waar je spontaan zou stoppen.
Zet je er een bedrijfswagen bij, dan tik je vlot boven de 95.000 euro. Voor het gemak houd ik het bij 86.500.
Onthoud dat getal. Het komt terug.
2. De kost die niemand boekt: de dag zonder werk
Loonkost is de makkelijke helft. De moeilijke helft is billability, en daar gaat het bij bureaus structureel mis.




